OPINIE

Met beroep op waarden verhullen politici dat ze geen oplossing weten voor hedendaagse problemen

Opeens slaan politici ons om de oren met verheven betogen over waarden. Terwijl veel politici dat eerder ouderwets vonden. Opeens hebben ze het bijvoorbeeld joods-christelijke waarden. Maar als dat onze waarden zijn, waarom onderhouden we dan intensieve handelsrelaties met Saoedi-Arabië? Ze hebben het over gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Maar waarom hebben we in Nederland dan zo weinig vrouwelijke hoogleraren en topmanagers? En natuurlijk moeten we respect hebben voor de ouderen. Maar waarom is dan de zorg gekapt, zijn de pensioenen gekort en krijgen de ouderen hun AOW een paar jaar later?

Politici komen met waarden als de discussie hun te moeilijk wordt. Ze beroepen zich op waarden om te verhullen dat ze geen manier weten om de vele concrete problemen op te lossen. Het beroep op waarden is improductief. Ik werk dat verder uit.

waarden1

In de wetenschap is er juist eeuwen aan gewerkt om de waarden los te laten. Wetenschap en technologie bepalen nu hoe onze samenleving er uit ziet, maar politici baseren zich blijkbaar liever op de verouderde vermenging van feit en waarde. Die vermenging vond plaats in de ouderwetse natuurrechtelijke opvatting dat de wereld is geschapen door een almachtige en oneindig goede God, zodat alles wat op die wereld voorkwam vanzelf ook goed moest zijn.

Het denken in de wetenschap is sinds de middeleeuwen geseculariseerd en gerelativeerd. De moderne natuurwetenschappen brachten een puur feitelijke benadering. Sinds omstreeks 1920 worden natuurwetten gezien als een poging de werkelijkheid voor te stellen in taal of in wiskundige formules.

Het juridische begrip wet is met de scheiding van feit en waarde ook losgekoppeld van natuurwetten. Juridische wetten zijn gedragsvoorschriften, natuurwetten representeren de werkelijkheid.

In de wetenschap is de liefde voor waarden dus aardig bekoeld. Maar het lijkt alsof de politiek in de natuurrechtelijke fase van vóór 1800 is blijven steken.  Weliswaar zijn er nog maar weinig politici die menen zich op hun religie te kunnen baseren, maar waarden worden nog steeds over ons uitgestort als manna uit de hemel.

Tegenwoordig vindt men in veel westerse landen dat er scheiding moet zijn van kerk en staat. Het verdient aanbeveling nu ook te pleiten voor scheiding van staat en waarden! Het beroep op waarden is in de moderne democratische rechtsstaat en trouwens ook vaak in het moderne dagelijkse leven net zo improductief als het beroep op religie.

Een voorbeeld. Stel, uw partner gaat zonder uw instemming vreemd. Gaat het nu helpen als u zegt “Je hebt met dit gedrag de onderliggende waarden van ons op trouw gebaseerde monogame huwelijk geschonden”? Veel helderder is: “Je bent vreemdgegaan, partner! Zo gaat onze relatie niet werken”.

Overheden en politici hebben de godsdienst en de waarden ook helemaal niet nodig. De joods-christelijke en andere waarden van de democratische rechtsstaat gaan het niet winnen van jodenhaat, homohaat, vrouwenhaat, ongelovigenhaat, angst voor een vrije pers of financiële vraatzucht. In een democratische rechtstaat gaat het om concreet gedrag dat wel of niet werkt voor vrede en voorspoed in de samenleving. Daarover moet overheidsoptreden dus gaan.

De kracht van onze democratische rechtsstaat is dat hij – als systeem - werkt. Waaruit blijkt dat? Uit alle delen van de wereld waar die staatsvorm er niet is, willen de mensen bij duizenden naar ons toe. Ze komen niet voor onze waarden. Ze willen leven, in vrede en voorspoed, met hun eigen waarden. De waarden zijn gelukkig ook niet het probleem, maar het eventuele gedrag dat de democratische orde verstoort is dat wél. Om de rechtsstaat te behouden dient dat gedrag te worden bestreden – dat geldt voor immigranten, maar ook voor bankiers en autofabrikanten.

De waarden zijn een vlucht in het verleden. Politici komen met waarden als de discussie te moeilijk wordt. Ze beroepen zich op waarden en lijken dan meteen wat gewichtiger. Ze verhullen dat ze geen manier weten om de vele concrete problemen op te lossen.

Conclusie. Geloven doe je in de kerk, waarden zijn voor thuis. Overheid en politici, houdt op over waarden. Vertel wat je gaat doen. En hoe dat gaat werken.

Over de auteur

.$naam.

Prof. mr. dr. Richard V. De Mulder MBA

Richard V. De Mulder (1946) is emeritus hoogleraar informatica en recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, gekozen lid van het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard en voorzitter van het bestuur van het Wetenschappelijk Bureau van de 50PLUS-partij.

De eeuw van Amerika

amerika1-1

De twintigste eeuw was niet alleen de eeuw van het kind, hij was ook de eeuw van Amerika, schreef ik in een vorige opinie. In dat stukje beweerde ik dat die concentratie op ‘het kind’ een zekere minachting voor ouderdom, ervaring en verleden met zich meebracht. Vandaar de titel ervan: ‘Gisteren is voor sukkels’. In het verlengde hiervan ligt een serie tendensen die men veelal met de VS associeert. Daar wil ik nu iets over zeggen.

Hoewel het voor zich spreekt dat een multiculturele samenleving van meer dan driehonderd miljoen mensen zich niet in een paar clichés laat samenvatten, bestaat sinds lang de gedachte dat de (Noord-)Amerikaanse cultuur gedomineerd wordt door een geloof in jong en nieuw, maakbaarheid, optimisme en fast-faster-fastest, big-bigger-biggest en great-greater-greatest. Tegen deze gedachte valt veel in te brengen. Maar er valt nog meer voor te zeggen – al is het alleen maar dat Amerikanen (en Europeanen) hierin zelf schijnen te geloven. Tegelijkertijd zijn er gegevens te over om deze tendensen te illustreren. Om daarvan willekeurig een paar te noemen:

 
- Fast food. Is geen Europese uitvinding
- Gigantische auto’s. Europese auto’s worden door Amerikanen ook wel schoenendozen genoemd
- Lichamen behoren eruit te zien als poppen. 'Bigger, stronger, faster' zoals een documentaire van een jaar of tien terug getiteld was. En vergeet de tegenhanger van de bodybuilder niet: Barbie
- Large talk. Alles, nou ja veel is in de VS splendid, magnificent, great en wat al niet meer. In Europa houden of hielden we meer van het tegenovergestelde. Ironie. Maar daarmee kom je tegenwoordig nauwelijks meer mee weg.

 
Het lijdt geen twijfel dat de Amerikaanse obsessie met faster, bigger en greater al lang geen Amerikaans monopolie meer is. We zijn er allemaal mee geïnfecteerd. Telefoontjes, televisietoestellen, auto’s, vooruitgang, vooruitgang, vooruitgang. Zo probeert mijn zoon me op dit moment over te halen om een 4k Ultra HD tv te kopen. Ik citeer uit een reclame: ‘hierdoor wordt het beeld nog veel scherper en zie je nog meer details.’ Nog meer? Ik zie al zo veel, en het is al zo scherp, zeg ik. Je weet niet wat je mist, antwoordt mijn zoon.
amerika2-1Het zal best. Toch blijf ik hem uitleggen dat ik hetzelfde denk, maar dan andersom. Hij weet niet wat hij mist in zijn ‘Amerikaanse’ obsessie voor nieuwer, sneller, beter. Gewoon een beetje tijd. Wat rust. Eventjes nietsdoen. Kijken naar de lucht. Plezier hebben in een bloem.

Ouwelullerig? Zal best. Dan maar ouwelullerig. Maar ook verstandiger, daarvan ben ik overtuigd. En ik heb een paar duizend jaar ervaring in mijn kielzog. Haastige spoed was zelden goed.

Niet alleen praktische strijd om geld, werk en waardering maar ook dergelijke gedachten behoren tot de filosofie van 50PLUS. Eeuwen, zo niet duizenden jaren lang hadden ouderen het voor het zeggen. In de twintigste eeuw zijn de verhoudingen omgedraaid. Dat is terecht en goed. Maar zoals altijd is de klepel doorgeslagen.

Over de auteur

.$naam.

Chris van der Heijden

Dr. Chris van der Heijden studeerde geschiedenis, filosofie en literatuurwetenschap aan de Universiteit van Utrecht. Hij was jarenlang werkzaam bij verschillende media (krant, tijdschrift, radio, tv) en maakte in die hoedanigheid honderden artikelen en programma’s over uiteenlopende onderwerpen, veelal op cultureel, politiek en historisch gebied. In de loop der jaren publiceerde hij zo’n vijftien boeken en boekjes over uiteenlopende onderwerpen en ontwikkelde zich op enkele gebieden, met name de Tweede Wereldoorlog en Spanje. Hij is penningmeester van het bestuur van het Wetenschappelijk Bureau 50PLUS.

Gisteren is voor sukkels

De twintigste eeuw was niet alleen de eeuw van Amerika, zij was ook De eeuw van het kind. Dit althans volgens de titel van een boek dat in het eerste jaar ervan (1901) verscheen. De centrale gedachte van dit boek van de Zweedse schrijfster Ellen Key is dat ervaring (geschiedenis, beschaving, ouderdom) uiteindelijk weinig goeds brengt. Een goede opvoeding, een gezonde cultuur en een leefbare toekomst stonden volgens Key gelijk aan het vermogen jong te zijn. ‘Als volwassenen in staat zijn de eenvoud van het kind te behouden,’ schreef Key, ‘zal de oude sociale orde vernieuwd worden.’ Het boek werd een enorm succes, in vele talen vertaald en maakte vooral furore in Duitsland en de Verenigde Staten.

In het verlengde ervan won de gedachte veld dat ouderdom een levensfase is die veel last en weinig lust bezorgt. Bovendien dat je aan oudjes weinig hebt. Een ‘amusante’ Nederlandstalige vertaling van deze laatste opvatting is te vinden in de kort na de Tweede Wereldoorlog verschenen roman De Avonden van Gerard Reve. Een van de grote thema’s van dit boek is weerzin tegen ouderdom. Zij wordt gelijkgesteld aan verval en gesymboliseerd door de steeds weer genoemde kaalhoofdigheid. Ook worden oude mensen vergeleken met een pot ingemaakte vruchten, opengemaakt en vergeten. Ze worden een plaag genoemd waarmee korte metten gemaakt dient te worden. 'Zodra ze moeilijk lopen, zich bevuilen, beginnen te klagen of aan tafel morsen - weg! Een slag achter de oren met een zware staaf en dan in de kalkput.'

Het duurde tot de jaren zestig van de twintigste eeuw dat de cultuur van de jeugd die van de ouderen definitief overschaduwde. Dat gebeurde op hetzelfde moment dat de Amerikaanse cultuur de Europese definitief overtroefde. Voortaan hadden jongeren hun eigen muziek, eigen literatuur, eigen films, eigen plekken. Maar hierbij bleef het niet. Producenten van muziek, films, kleding, televisie, voeding, cosmetica en wat al niet ontdekten dat de jeugdmarkt minstens zo interessant, zo niet interessanter was dan die van de ouderen. Weliswaar hadden die jongeren afzonderlijk veelal minder te besteden, gezamenlijk besteedden ze meer. Mede om deze reden waren ze ook steeds meer aanwezig – en dominant: in reclame, media, kunsten, publieke opinie.

Dit alles is versterkt vanaf het moment dat de samenleving steeds sterker beheerst wordt door media waar jongeren goed en ouderen op zijn best matig mee om weten te gaan, in het bijzonder mobiele telefoons en Internet. Aldus de bevestiging van een lang lopende ontwikkeling: dat modern een variant is van jong en oud of ouder een vorm van zieligheid. Een van de meest opmerkelijke illustraties van deze gedachte is de bloei van de dieet- en sportschoolcultuur, het groeiend aantal ingrepen in de plastische chirurgie en de ontelbare afgeleiden hiervan zoals vermageringskuren, tandenbleekcentra (‘bleachorexia’), zonnebankstudio’s en televisieprogramma’s waarin mensen (weer) mooi, aantrekkelijk en ‘jong’ worden gemaakt.

Een andere illustratie van de dominante ‘jeugdcultuur’ is waarneembaar in de omgang met het nieuws. Het duikelt over elkaar. Het ene ‘nieuwtje’ is nog niet binnen of het volgende komt alweer, het ene is nog niet ‘groot’ verklaard of het volgende blijkt alweer groter. En ondertussen is er niemand, bijna niemand, die zich afvraagt of het nieuws van vandaag gisteren wellicht ook al was – en eergisteren zoals ook de dag daarvoor en die daarvoor. Want vandaag, daarom gaat het in de moderne cultuur, vandaag en morgen! En gisteren? Gisteren is voor sukkels.

Over de auteur

.$naam.

Chris van der Heijden

Dr. Chris van der Heijden studeerde geschiedenis, filosofie en literatuurwetenschap aan de Universiteit van Utrecht. Hij was jarenlang werkzaam bij verschillende media (krant, tijdschrift, radio, tv) en maakte in die hoedanigheid honderden artikelen en programma’s over uiteenlopende onderwerpen, veelal op cultureel, politiek en historisch gebied. In de loop der jaren publiceerde hij zo’n vijftien boeken en boekjes over uiteenlopende onderwerpen en ontwikkelde zich op enkele gebieden, met name de Tweede Wereldoorlog en Spanje. Hij is penningmeester van het bestuur van het Wetenschappelijk Bureau 50PLUS.

Verkiezingen voor de deur: dan toch maar aandacht besteden aan de ouderen

Dat was even heldere publiciteit voor 50PLUS!

50PLUS kwam als eerste van alle partijen met een concept-verkiezingsprogramma en dat werd gewaardeerd. O.a. de Telegraaf, NRC en Trouw besteedden flink wat aandacht aan de partij, die het in de peilingen goed doet.

De Volkskrant (voorpagina, 23 augustus 2016) toonde dit:

totaal

Ook op pagina 8 stond nog een bladzijdegroot, informatief artikel. Het gaat natuurlijk vooral over de AOW leeftijd terug naar 65 jaar, schrappen van pensioenskortingen en het herstel van de gezondheidszorg. Toch komen ook de andere punten, zoals terugkeer van de basisbeurs voor studenten en gratis onderwijs voor ouderen goed uit de verf. Ook het niet-financiële punt van de zelfbeschikking bij het levenseinde (“laatste wil pil”, vroeger wel de “pil van Drion” genoemd) krijgt een eervolle vermelding.

Er staan twee “mooie” statistische plaatjes in. Het is ook de Volkrant duidelijk dat de ouderen meer inkomen hebben ingeleverd, maar zij wil toch tonen dat de ouderen het eigenlijk zo slecht niet hebben. Ze hebben immers (gemiddeld) veel vermogen!

Over het tweede plaatje wil ik het hebben. (Niet dat van Henk, dat is best aardig.) Het is nogal misleidend. De gegevens kloppen, ik heb ze gecheckt bij het CBS-statline. (Nuttige website. Hulde.) Maar om alleen de gegevens uit 2006 en 2014 te laten zien geeft geen goed inzicht. In 2008 zat een “bobbel”. Zo zag het eruit vanaf 2008:

2008

Wat je ziet is, dat ook de groep die nu (in 2014 om precies te zijn) 65+ is erop achteruit is gegaan in gemiddeld vermogen. En dat terwijl ze meer jaren hebben gehad om hun vermogen bijeen te sparen.  Daarom zou ik nóg liever het volgende plaatje hebben gezien, waarbij het gemiddeld vermogen per gespaard jaar wordt getoond. Ik neem aan dat je ongeveer op je 20e met sparen zou kunnen beginnen. (In de berekening dus gemiddeld vermogen per leeftijdscategorie vanaf 25-45 gedeeld door respectievelijk 15, 35 en  55 jaar. Voor 0-25 jaar houden we de oorspronkelijke cijfers.) Dan krijg je dit:

2008gedeeld2

Nu blijkt de groep 65+ de laagste in bijna alle jaren. De groep is ook hier relatief constant.De groep tot 25 jaar komt er wel wat erg gunstig uit omdat ze - gemiddeld - geacht zijn slechts een jaar nodig te hebben gehad om vermogen te verzamelen.

Wat blijkt hieruit? Door het weglaten van het jaar 2006 en door verder de berekeningen wat aan te passen krijg je radicaal andere resultaten. Maar er is een belangrijker bezwaar tegen deze overzichten. Ze laten niet zien wat de groep, die in 2014 65+ was, in 2006 of 2008 bezat. Het zijn andere groepen. Je kunt niet zien of mensen echt vermogen hebben verloren. Een beter inzicht zou het geven om dezelfde huishoudens te volgen over de jaren. Je krijgt dan andere resultaten. Daar is nu een wetenschappelijk bureau handig voor: het (Wetenschappelijk Bureau 50PLUS) heeft het CBS gevraagd de cijfers uit te rekenen als je dezelfde groep huishoudens volgt over de jaren. Begin september wordt het resultaat verwacht!

 

Over de auteur

.$naam.

Richard De Mulder

Richard V. De Mulder (1946) is emeritus hoogleraar informatica en recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, gekozen lid van het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard en secretaris van het bestuur van het Wetenschappelijk Bureau van de 50PLUS-partij.

De inval in Irak en de wil van het volk

Als je wat ouder bent zoals ik heb je het voordeel dat je een  groter deel van de geschiedenis zelf hebt meegemaakt. Het rapport van de Britse commissie Sir John Chilcot brengt mij terug naar de tijd dat Tony Blair de Britten de Irak-oorlog in sleepte. Officieel wordt nu de beslissing van de Britse regering, destijds gesteund door het parlement, in allerlei opzichten als incorrect in de procedure en desastreus in zijn uitwerking aangemerkt. Tony  Blair doet zijn uiterste best zijn beslissingen te blijven rechtvaardigen en zijn persoonlijke schade binnen de perken te houden.

De commissie Chilcot zegt dat ook met de kennis van toen de beslissing niet genomen had mogen worden. Tony Blair had de informatie. Er waren in Groot-Brittannië en de rest van de wereld ongekend grote demonstraties tegen de inval in Irak. Een flink aantal internationaal ervaren diplomaten sprak zich uit tegen de inval. “Wat voor goeds zou er ooit uit zo’n oorlog kunnen voorvloeien?”, was de algemene trend. Uit alle politieke peilingen in Europa, inclusief het Verenigd Koninkrijk bleek een grote en felle meerderheid tegen. Tony Blair, onder druk van vooral partijgenoten, bracht in hoge nood naar voren dat God hem had geholpen. Vriend en vijand waren ervan overtuigd dat dit voor de leider van een sociaal-democratische partij (of voor welke partij dan ook…) geen legitiem argument is. Maar hij kwam ermee weg. Tony Blair noemt dit argument niet meer in zijn ellenlange openbare betoog op 6 juli 2016, en hij verwees er ook niet naar, al vroeg hij de luisteraars zich in zijn positie van destijds te verplaatsen.

De oorlog was gebaseerd op juridisch drijfzand, de regeringsprocedures werden niet gevolgd, informatie werd niet kritisch bezien op de juiste niveaus, in de oorlog beschikten de militairen niet over geschikte middelen en er was geen uitgewerkt plan om Irak na de afzetting van Saddam op orde te krijgen.

De vertegenwoordigende democratie in Groot-Brittannië faalde. De oorlog moest plaatsvinden. Tony Blair ging Bush volgen, wat ook de gevolgen zouden zijn. Er stierven bijna 200 Britse militairen, duizenden Amerikaanse militairen en honderdduizenden Irakezen. Het Midden-Oosten is onveiliger dan ooit.  De Irakoorlog creëerde ISIS. Thank you, Blair en Bush.

De wil van het volk was duidelijk: een enorme meerderheid was tegen. Met de kennis van nu rijst de pregnante vraag: “Zou een referendum de misstap van de eeuw hebben kunnen voorkomen?”. Ik denk dat het antwoord bevestigend is. Maar in 2002 waren referenda in Europa noch in de VS een bestaand instituut. Nu wel, maar ze doen hun werk nog niet erg goed. Dat geldt echter helaas dus ook voor de vertegenwoordigende democratie.

In het licht van de gigantische misstap van de regering Blair zeg ik: “Hadden ze maar een referendum gehad!” . Is dat niet wat radicaal, een referendum over het aangaan van een oorlog? Het volk is daar toch bijna altijd tegen? Dan krijg je bijna geen oorlogen meer! Dat lijkt me nu juist een voordeel.

Het kan natuurlijk ook voorkomen dat een referendum riskant blijkt, zoals we bij Brexit en Oekraïne zagen. In deze gevallen is niet meteen de wijsheid in te zien van een raadgevend referendum dat al van tevoren beslissend wordt verklaard. Ook kan men zich afvragen of de vraagstelling wel geschikt was.

Het wordt tijd dat we referenda serieus gaan nemen. Ze zijn een nuttige aanvulling van de democratische rechtsstaat. Er is wel een leerproces nodig. We moeten er ervaring mee opdoen. De kiezers moeten zich informeren en, oja, gaan stemmen. De politici moeten leren de kiezers correct en eerlijk te informeren.  Maar als we net zolang mogen gaan oefenen met referenda als we met de “gewone” democratie hebben gedaan, dan zullen we er nog blij mee zijn.

Over de auteur

.$naam.

Richard De Mulder

Richard V. De Mulder (1946) is emeritus hoogleraar informatica en recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, gekozen lid van het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard en secretaris van het bestuur van het Wetenschappelijk Bureau van de 50PLUS-partij.

Brandbrief

Rijswijk 16-05-2016

 

Aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

67075-Strausbourtg-Cede

France

 

Geachte heer, mevrouw,

Hierbij vraag ik uw aandacht voor het schenden van mensenrechten.

Het betreft de regering van Nederland die haar afspraken over pensioenen niet na komt.  Mevrouw Klijnsma is de verantwoordelijke minister die over de pensioenen gaat.

In mijn jonge jaren ben ik in dienst getreden van de overheid onder bepaalde rechten en plichten. Een van die rechten was een waardevast pensioen. Van mijn salaris werd 6,1 %  ingehouden voor mijn pensioen wat ondergebracht was bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds  (ABP) te  Heerlen.

Inmiddels  hebben al verschillende ministers  miljarden uit de pensioenpot van het ABP gehaald. Het betreft de ministers Lubbers, Bos en Kok.

Er is er al 8 jaar geen indexering toegepast op ons pensioen. Gepensioneerden van de overheid hebben inmiddels al 20 % ingeleverd.  Alle kosten in Nederland zijn enorm gestegen, en vooral de zorgkosten zijn voor veel mensen niet meer te betalen.  In verklaring over haar genomen maatregelen zei Mevrouw Klijnsma het volgende: gepensioneerden moeten maar een moestuin nemen om de kosten te drukken. Hiermee geeft ze aan dat een bepaalde minachting heeft voor de gepensioneerden in Nederland.  Volgens Henk Krol van de 50 PLUSpartij bedraagt de pensioenpot van het ABP 1400 miljard euro. Ruim voldoende om te indexeren.

Klaas Knot van de Nederlandse Bank heeft voor het ABP een ongunstige rekenrente bepaald,  waardoor zij niet mogen indexeren.

Deze ongunstige rekenrente is niet van toepassing bij Banken, andere financiers, particuliere pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen die ook pensioenen  uitbetalen. Particuliere pensioenfondsen indexeren wel. Uit hun pot kan ook niet gestolen worden.

Mensen die in dienst van de overheid waren worden hiermee in ernstige mate gediscrimineerd en opgelicht.  Veel van mijn ex collega’s zijn woedend over dit onrecht.

Als lid van de vakbond FNV heb ik getracht om via hun juridische dienst een opening te maken, echter zonder resultaat.

Daarom richt ik mij tot uw organisatie om dit onrecht ongedaan te maken.

 

Met vriendelijke groet,

Wim jonkman

 

CC

Henk Krol, kamerlid van de 50PLUSpartij

Barend Fox  (Brandweerblad van de Brandweer Rotterdam)

Professor Richard De Mulder  (secretaris WB50PLUSpartij )

Juridisch advies aan de Heerenstraat in Den Haag

Over de auteur

.$naam.

Willem E.F. Jonkman

Wim Jonkman is geboren  op 19-07-1947  in Zwolle.  Na de MTS was hij 6 jaar machinist bij de Koninklijke Marine, opvarende van vliegdekschip HR MS Karel Doorman  (R81) en van onderzeebootjager HR MS Rotterdam. Daarna was hij 5 jaar Process Operator bij de I.C.I  (Imperial Chemical Industries). Zijn belangrijkste beroep: 29 jaar hoofdbrandwacht bij de Brandweer Rotterdam. Hierna werkzaak als ZZP-er.

 

Doofpot

Tijdens het concipiëren van mijn vorige stukje ("Stiekemerds") bleef telkens maar de zogeheten Teevendeal (ook wel genoemd de bonnetjesaffaire) in mijn gedachten opborrelen. Dat is eigenlijk niet zo vreemd: in die kwestie zijn ook zaken als ethiek, integriteit, transparantie en vertrouwen aan de orde.

De minister-president bejubelde de voormalige officier van justitie Teeven als crimefighter. Dat op zich is al vreemd, want in feite is iedere rechtgeaarde officier van justitie dat; dat is nu juist zijn/haar vak. Wat hem onderscheidt van anderen, is niet duidelijk (gemaakt). Misschien deze duistere deal?

Een officier van justitie is werkzaam in een organisatie die het parket heet. Van daaruit doet hij dat crimefighten (misdaad bestrijden) en hij/zij doet dat samen met een team, nooit alleen en bovendien in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag. Mogelijk is natuurlijk dat van dat team niemand iets heeft geweten van de overeenkomst alleen al omdat dat team buiten die overeenkomst is gehouden. Dat onderstreept al het unieke van de deal.

Wat het bevoegd gezag betreft: aan het hoofd van het parket staat een hoofdofficier van justitie. Die zal, naar met stelligheid kan worden aangenomen, op de hoogte zijn gebracht door zijn ondergeschikte dat hij plannen had om een overeenkomst te sluiten met een crimineel waar miljoenen mee gemoeid waren. Die hoofdofficier van justitie op zijn beurt heeft weer te maken met de procureur-generaal en die dan weer met het College van procureurs-generaal.

Uitgesloten is dat die personen buiten de deal gehouden zijn c.q. dat de officier van justitie de hele deal met alles erop en eraan buiten medeweten en instemming van zijn superieuren heeft afgehandeld inclusief belastingvrijdom voor de crimineel. Daartoe mist hij de bevoegdheid dus de macht en het instrumentarium.

Lees verder

Over de auteur

.$naam.

Mr. B.L.M. van Otterdijk

Mr. B.L.M. van Otterdijk werd geboren in 1949. Hij studeerde Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Daarna was hij achtereenvolgens rechter in ’s-Hertogenbosch, lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, kantonrechter in Enschede, vicepresident van de rechtbank in ‘s-Hertogenbosch en kantonrechter in Eindhoven. Nu is hij gepensioneerd, maar nog steeds actief als rechter-plaatsvervanger in Eindhoven.

Dodelijke octrooien

Octrooien bevorderen de innovatie door uitvinders te belonen. Dat is het eerste waar een buitenstaander aan denkt. Toch is ook wel breed bekend dat uitvinders octrooien menigmaal gebruiken om concurrenten een hak te zetten op een manier die de innovatie bepaald niet bevordert. Een klassiek voorbeeld is James Watt, die al in de achttiende eeuw zijn octrooien zo inzette dat de ontwikkeling van de stoommachine decennia onnodige vertraging opliep. En ook meer recent zijn er diverse voorbeelden.

Octrooien zijn ontstaan uit de privileges die vorsten sinds de Middeleeuwen verleenden aan vaklieden om exclusief bepaalde beroepen uit te oefenen. Dat zo’n systeem niet louter voordelen heeft beseften de Engelsen reeds in 1624 toen zij het Statute of Monopolies uitvaardigden, om een eind te maken aan de wildgroei van privileges.

Nederlandse politici stelden in de negentiende eeuw vast dat octrooien eigenlijk niet te verenigen zijn met moderne liberale opvattingen, en besloten daarom om vanaf 1869 geen octrooien meer te verlenen en te erkennen. De betreffende Kamerstukken uit de jaren ’60 van de negentiende eeuw doen opvallend modern aan. Maar in 1910 kreeg Nederland toch weer een octrooiwet, onder internationale druk.

Vandaag de dag heeft de nationale wetgever nog maar heel weinig speelruimte voor een eigen octrooibeleid, doordat ons land zich in diverse verdragen heeft vastgelegd, van het Unieverdrag van Parijs (1883) tot het Wereldhandelsverdrag (1995). Vooral laatstgenoemd verdrag kunnen we praktisch niet opzeggen, omdat daar veel meer in geregeld wordt. De “deal” van dit verdrag is een versterking van o.a. het octrooirecht, die niet altijd in het belang van de landen is, in ruil voor handelsvoordelen.

Lees verder

Over de auteur

.$naam.

dr. ir. Reinier B. Bakels

Reinier Bakels (1948) studeerde technische natuurkunde in Delft, werkte enkele decennia bij een groot computerbedrijf, en ging vervolgens rechten studeren in Leiden. In 2008 promoveerde hij in Maastricht op een octrooirechtelijk proefschrift. Tijdens zijn promotie-onderzoek was hij intensief betrokken bij de maatschappelijke en politieke discussie over de wenselijkheid van software-octrooien, o.a. in Den Haag, Brussel en Straatsburg.

Stiekemerds

(Van Dale: stiekemerd: iemand die in het geniep lelijke streken uithaalt)

De door de Tweede Kamer ingestelde commissie die onderzoek heeft gedaan naar het schenden van geheimhouding in de CIVD (de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, ook wel de Commissie Stiekem) is tot de conclusie gekomen dat er geen feiten of omstandigheden zijn aangetroffen "die leiden tot een redelijk vermoeden van schuld van één of meer personen aan het opzettelijk schenden van de geheimhouding van de CIVD".

Aanleiding voor het onderzoek was, kort samengevat, dat informatie in de media was verschenen die afkomstig was uit de geheime vergaderingen van de CIVD.

In maart 2014 is aangifte bij justitie gedaan. Daarop heeft een onderzoek door de Rijksrecherche plaatsgevonden en – zoals mag worden verwacht wanneer professionals een dergelijk onderzoek instellen – zijn toen een of meer leden van de CIVD in beeld gekomen ten aanzien van het mogelijk lekken van informatie. Eerst in november 2015, dus anderhalf jaar later, staakte het OM het onderzoek omdat men zich niet bevoegd achtte! Het staat echt in het rapport. Ik maak er maar een leermoment van: begin in het vervolg met zo'n bevoegdheidsonderzoek.

In het rapport wordt bij herhaling beschreven dat en waarom de wettelijke procedure voor de vervolging van politieke ambtsdragers in de praktijk onbegaanbaar is. De commissie voelde zich geconfronteerd met onduidelijke, gedateerde en tegenstrijdige wetgeving, waarbij de Wmv (Wet ministeriele verantwoordelijkheid) een groot struikelblok voor de commissie bleek te zijn, een wet die zij - terecht - gedateerd noemt en ter zake waarvan zij opmerkt dat een exacte toepassing van die wet niet meer mogelijk is.

Lees verder

Over de auteur

.$naam.

Mr. B.L.M. van Otterdijk

Mr. B.L.M. van Otterdijk werd geboren in 1949. Hij studeerde Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Daarna was hij achtereenvolgens rechter in ’s-Hertogenbosch, lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, kantonrechter in Enschede, vicepresident van de rechtbank in ‘s-Hertogenbosch en kantonrechter in Eindhoven. Nu is hij gepensioneerd, maar nog steeds actief als rechter-plaatsvervanger in Eindhoven.

Keurmerk Seniorvriendelijk Ziekenhuis is bittere noodzaak!

Keurmerk Seniorvriendelijk ZiekenhuisTweede Kamerleden willen een rem op de wildgroei aan keurmerken in de zorg vanwege de kosten, nadruk op protocollen en een beperkte zeggingskracht. Henk Krol (50PLUS) zei onlangs in de Tweede Kamer dat ook hij niet voor zorgkeurmerken is, maar dat hij een uitzondering maakt voor het Keurmerk Seniorvriendelijk Ziekenhuis.

Zeer terecht, want ondanks dat het de grootste patiëntengroep is, zijn ziekenhuizen niet altijd voldoende ingesteld op de behandeling van oudere patiënten. In 2010 ging nog ongeveer één op elke drie ouderen er door een ziekenhuisopname op achteruit (Sterke medische zorg voor kwetsbare ouderen, KNMG).[1] Dit was aanleiding voor ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM om het keurmerkproject te starten.
De organisatie van zorg en zorgverlening voor ouderen met meervoudige problematiek behoeft verbetering.[2] Ouderen raken soms letterlijk en figuurlijk de weg kwijt in het ziekenhuis. Dit kan leiden tot meer kans op medicatiefouten, delier en een gebrekkige overgang van het ziekenhuis terug naar huis.

Lees verder

Over de auteur

.$naam.

Ellen Willemsen

Ellen Willemsen is beleidsadviseur van de ouderenbond Unie KBO en initiatiefnemer van het Keurmerk Seniorvriendelijk Ziekenhuis.