24 mei 2018

De relatie tussen wetenschappelijke bureaus en hun partijen

In het AD (22 mei 2018) wordt – door een anonieme informant-  ten onrechte de suggestie gewekt dat het Wetenschappelijk Bureau 50PLUS beschikt over ‘niet genoemde ontvangen subsidies’ ter waarde van 150.000 euro. Echter, de gelden waarmee het Wetenschappelijk Bureau haar activiteiten verricht, zijn enkel en volledig afkomstig van de subsidies van het rijk.

Politieke partijen en ook hun wetenschappelijk bureaus worden door de Nederlandse overheid financieel krachtig gesteund. In totaal verstrekt de overheid per jaar voor alle partijen zo’n 16 miljoen Euro, waarvan iets meer dan 3 miljoen Euro beschikbaar is voor de wetenschappelijke bureaus.  Het WB van 50PLUS ontvangt sinds de verkiezingen van 2017 ongeveer 150.000 Euro per jaar.

De financiering en de organisatie van de bureaus is geregeld in de Wet Financiering van Politieke Partijen (WFPP). De wetenschappelijk bureaus zijn “neveninstellingen” van de partijen waar ze bij horen. Ze hebben tot taak politiek-wetenschappelijk onderzoek te verrichten ten dienste van de partij waarvan ze neveninstelling zijn.

Het juridisch kader is minutieus geregeld, vooral om te voorkomen dat de partijen zich het geld zouden kunnen toe-eigenen, bijvoorbeeld om verkiezingscampagnes te financieren.

Een wetenschappelijk bureau moet een zelfstandige rechtspersoon zijn (gewoonlijk een stichting) en moet aan precieze financiële en administratieve verplichtingen voldoen om steeds jaarlijks de subsidie te ontvangen. Er moet van te voren een activiteitenplan worden ingediend, giften van een bepaalde omvang moeten worden gemeld, er moet een aan alle eisen voldoend jaarverslag worden vervaardigd en de jaarstukken moeten door een accountant worden goedgekeurd. Als er iets niet klopt, kan ook achteraf de subsidie worden ingetrokken en kunnen zelfs boetes worden opgelegd. Het toezicht wordt uitgeoefend door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksaangelegenheden. Dit zijn zware verantwoordelijkheden, zeker als men bedenkt dat de besturen van deze rechtspersonen meestal (ook bij 50PLUS) uit 100% vrijwilligers bestaan.

Partijbestuur hebben in dit proces slechts geringe verantwoordelijkheden. De partij als “doorgeefluik” (term afkomstig van het ministerie) van de subsidie. De belangrijkste verantwoordelijkheid is dan ook het onverwijld doorsluizen van de subsidie zodra die wordt uitbetaald door het ministerie. Het is de partij niet toegestaan naast de verplichtingen die de neveninstellingen heeft op grond van de WFPP nog andere verplichtingen of voorwaarden op te leggen. Dit is bepaald in artikel 9 lid 4 van de Wet. Als de partij dat wel zou doen zou dat een inbreuk zijn op de door de Wet ingestelde onafhankelijkheid, en de voortzetting van de subsidie in gevaar kunnen brengen.

Het geld dat de partij doorsluist, behoort niet te worden opgenomen in de resultatenrekening van de partij. Dat zou een verkeerd beeld geven van de financiële positie van de partij. Het subsidiebedrag is strikt geoormerkt als financiering voor het wetenschappelijk bureau.

Met de doordachte regeling van de financiering van wetenschappelijke neveninstellingen beoogt de Wet de kwaliteit van de besluitvorming en de standpunten van politieke partijen te verhogen. De wetenschappelijke ondersteuning wordt daarbij als zeer belangrijk gezien.  Wetenschappelijk onderzoek vereist onafhankelijkheid. De wetgever heeft er veel aandacht aan besteed om dit te verwezenlijken, terwijl toch de relatie van de neveninstelling met de partij is behouden.

De ca. 150.000 euro waarover het Wetenschappelijk Bureau van 50PLUS jaarlijks beschikt, is conform deze wet verstrekt. Het betreft geen ‘niet genoemde’ subsidie door de partij maar is geld dat door de subsidie verstrekkende overheid geoormerkt is voor het wetenschappelijk bureau. De verantwoording van de uitgaven vindt plaats in het jaarverslag van het WB, en alle jaarverslagen zijn goedgekeurd door een erkende accountant.

Bronnen

Home
Share: / / /